Straalgrit behandelen als troebel water

Geschreven door Henk Onderstal Op dinsdag 24 oktober 2017 in de categorie Algemeen.

 

Rond 5 oktober 2017 werd bekend dat er in Eurogrit straalgrit kleine hoeveelheden Chrysotiel (witte asbest) is aangetroffen dat er via de grondstof smeltlakken in terechtgekomen zou zijn. Eurogrit informeerde haar relaties dat zij in gesprek waren met de I SZW (voorheen Arbeidsinspectie) en in afwachting is van diverse onderzoeken.

Men informeerde vervolgens een ieder over de juiste (en eveneens de onjuiste) methoden voor monstername. Ook werd er gekeken naar de wijze van het vaststellen van de aanwezigheid van Chrysotiel in het straalgrit. Toepassing van de (on-)juiste genormeerde methode kan verstrekkende gevolgen hebben ten aanzien van de maatregelen die men volgens de Arbowetgeving (het Arbeidsomstandighedenbesluit) moet nemen. Het opruimen en schoonmaken van het straalgrit gaat dan gepaard met veel benodigde tijd en de hoge kosten welke daaraan verbonden zijn.

Dus is er nu een hele discussie opgang gekomen, waar hebben we het over en welke NEN-norm is hierop van toepassing. Laten we nu eens even met gezond boerenverstand kijken:

Er worden momenteel monsters genomen en geanalyseerd conform de NEN 5896. Deze geven slechts een antwoord op de vraag of er wellicht asbest aanwezig is in het onderzochte materiaal, maar beschrijft geen absolute concentratie. Dan weet je dus alleen of er asbest aanwezig is en om wat voor asbestsoort het gaat. Daarvan maakt de analist van het laboratorium alleen maar een schatting. Ook al zit er slechts één vezeltje in, dan wordt dat materiaal in de laagste gewichtsklasse ondergebracht. Je kunt dan alleen vaststellen of een locatie verontreinigd is of niet.

Voor een échte kwantitatieve bepaling moet je nader onderzoek doen en dan verwijst de NEN 5896 naar de NEN 5897. Dan kan men dus beter direct daarmee gaan werken! En moet men dus niet van de NEN 5896 gebruik maken.

Gaat men daarentegen werken volgens de NEN 5897 dan moeten er behoorlijke hoeveelheden materiaal middels een groot aantal kleine schepjes materiaal op verschillende plaatsen als monster genomen worden.

Dat wil zeggen minimaal 5 kg materiaal in 50 schepjes van minimaal 100 gram op verschillende plekken verdeeld over een hele partij. Dan hebben we monsters genomen volgens de methode “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloop en recyclinggranulaat”.

Uitgaande van de voornoemde NEN 5897 dient men het materiaal vervolgens te laten analyseren volgens de NEN 5898. Deze norm met als titel “ Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat”, geeft aan hoe men het materiaal dient te analyseren. Deze methode is de enige relevante methode om te bepalen hoeveel asbest er in een inhomogene grondstof zit. Door het analyseren van de grote hoeveelheden (de 50 schepjes van 100 gram) is deze analyse veel nauwkeuriger dan wanneer men de NEN 5896 toepast. Vanwege de detectiegrens van de NEN 5898(1mg/kg droge stof) kan men niet middels SMA-rt een risicoklasse- indeling maken, want dat is daarvoor niet geschikt en bedoeld.

Kijkend naar de resultaten die tot nu toe bekend zijn, is er dan ook geen reden om te denken dat in gebruikt straalgrit een hogere concentratie asbest zit, dan 5 mg/kg d.s.(of men heeft met dit straalgrit asbesthoudende materialen gestraald). De inschatting dat na een monsterneming volgens de NEN 5897 en een analyse conform de NEN 5898 pas écht duidelijk is waar we het over hebben is gerechtvaardigd. Het is aan de Inspecties SZW en I L&T deze inschatting te toetsen aan de hand van metingen.

Dus is het aan een “ probleemeigenaar “straalgrit om zich juist te laten voorlichten en op basis van de juiste NEN-methode het straalgrit te laten bemonsteren en analyseren.

Omdat in asbesthoudend straalgrit de daadwerkelijke gehalten die tot nu toe zijn gemeten aanzienlijk lager zijn dan 1.000 mg/kg, leidt het gebruik van de NEN 5896 in combinatie met het SMA-rt instrument tot een overschatting van het risico.

Het daadwerkelijke asbestgehalte (kwantitatief) moet men bepalen met behulp van de norm NEN 5897 in combinatie met NEN 5898. Het nadeel van de methode is dat deze aanzienlijk bewerkelijker is dan de NEN 5896, en dat niet alle gecertificeerde asbestinventarisatiebureaus en geaccrediteerde laboratoria deze kunnen uitvoeren. Bovendien kan het resultaat van de analyse niet worden ingevoerd in het SMA-rt instrument.

Als een bedrijf niet wil uitgaan van de meest negatieve benadering met het SMA-rt instrument (Risicoklasse 2), dan zal men dus zelf, op basis van het resultaat van een kwantitatieve analyse, een schatting van het risico op blootstelling aan asbest moeten maken, en een bijbehorende inschaling in een risicoklasse.

Conclusie Hopelijk komt I SZW snel met verdere publicaties, want men kan pas eenduidig communiceren als men duidelijke uitgangspunten heeft. Het feit dat er in deze zaak verschillend gecommuniceerd wordt, geeft aan dat (zelfs) op dat niveau men blijkbaar geen eenduidig standpunt weet in te nemen. Daar ligt dan ook weer de onduidelijke wet- en regelgeving aan ten grondslag. Daarom ligt de bal – voor wat betreft het bepalen waar het juridisch nu precies omgaat - bij de overheid en de leverancier van het materiaal. Tot dan liggen er grote werken stil, lopen productieprocessen gevaar en wordt de markt onder druk gezet om snel te leveren. Men heeft vaak simpelweg geen tijd om te wachten. In dat kader moeten wij alles doen om die vraag te beantwoorden en dienen er eigen "inzichten" worden gecreëerd om tot aan het moment van het alles beslissende oordeel verder te kunnen. Daarom is het wachten op de eindconclusie van I SZW zo dringend noodzakelijk!

  

Eerstkomende opleiding

Herhaling Deskundig Toezichthouder Asbestverwijdering (hDTA)

Schrijf je nu nog in!

19 jun. 2019

Wat doet KOVA

KOVA is het kennis- en opleidingscentrum voor het verantwoord leren werken in de asbest-, riool- en plaagdierenbranche.  

Meer over KOVA

asbest

Willekeurige opleiding

Herhaling Deskundig Inventariseerder Asbest (hDIA)

Bekijk opleidingen

Meer informatie aanvragen

Bij KOVA kun je vrijblijvend informatie aanvragen over onze opleidingen, trainingen of wanneer je andere vragen hebt. Vul het formulier in zodat wij contact kunnen opnemen!

Bij het versturen van dit formulier verstrekt u persoonsgegevens aan ons.

Top